locatie

het luxemburgcollege werd in 1619 gesticht als residentie voor minder gefortuneerde studenten. het sinds 1994 beschermde monument dankt zijn ontstaan aan de luxemburger jean de myle, of johannes milius, die na zijn studies in trier & luxemburg naar leuven keerde voor een doctoraat in de rechten.

jean de myle was werkzaam aan het hof van koning filips 2 (1527-1598) in brussel. hij volgde filips ook bij diens terugkeer naar madrid, waar hij voor de koning werkte tot zijn dood in 1596. hij liet het nodige fortuin achter om een residentie te bekostigen voor minder bedeelde luxemburgse studenten.

het voorzag onderdak, voedsel & medische bijstand aan vijftien residenten waarvan ongeveer de helft theologie studeerde & de overige helft rechten.

het oorspronkelijke college werd waarschijnlijk gebouwd op de restanten van een reeds bestaand pand. verder is van het originele gebouw weinig geweten. in 1739 werd de toenmalige hofarchitect jean andré anneessens (1687-1754) aangesteld om een volledig nieuw ontwerp te tekenen voor het inmiddels zeer ruïneachtige college. in 1755 werd de eerste steen aan het nieuwe college gelegd. de bouw volgde het plan van een zekere n. jooris, die de oorspronkelijke tekeningen van anneesens waarschijnlijk had overgenomen & geadapteerd. het was voorzien van sculpturaal versierde deur- & raamomlijstingen in blauwe henegouwse steen, vier kapitelen in witte zandsteen, een wapenschild op het poortgebouw, trappen met versierde ballustrades & interieurs met moulures in stucco. ook in deze periode werden de galerijen gebouwd aan weerszijden van de binnenhof. in de tweede hof achter het hoofdgebouw bevond zich oorspronkelijk een kapel dat afgebroken werd in 1911.

de stijl van het gebouw is te benoemen als louis xv of rococo. de typologie van het college is gebaseerd op die van een frans hôtel of stadspaleis, waarbij een inkomgebouw & een corps de logis of hoofdgebouw van elkaar gescheiden zijn met galerijen aan weerszijden van een binnenkoer. het concave plan met een nis waarin de toegangspoort zich bevindt is een voorbeeld dat vaak wordt teruggevonden in parijse hôtels. het luxemburgcollege vertoont ook lokale invloeden, zoals het kenmerkend brabantse materiaalgebruik van blauwe graniet, witte zandsteen & rode baksteen.

in 1797, onder Franse bezetting, werd het college gebruikt als militair hospitaal, waarbij de inwoners van het college verhuisden naar een residentie op de varkensmarkt, het huidige pater damiaanplein. in 1807 kreeg het de functie van wasserij, slachthuis & schoenmakerij. tussen 1810 & 1850 deed het pand dienst als staatsgevangenis, politie- & brandweerkazerne. enkele jaren later huisde de koninkijke middenschool voor jongens & haar internaat er in, waarop in 1866 een meisjesschool volgde. tot 1986 werd het college benut door het koninlijk atheneum. hierna vonden de steinerschool & de Leuvense kunstbank er gedurende anderhalf decennium onderdak.

het begin van de twintigste eeuw betekende voor het luxemburgcollege een periode van onbestemming. het werd onder andere bewoond door een groep krakers die zichzelf ‘t gesoncken schip noemden. in 2013 werd de gevel vernieuwd in het kader van een klein stadsvernieuwingsproject, & in 2014 nam de regie der gebouwen de beslissing om het gebouw te herbestemmen als rechtbank.